Chiesi pro doorzoeken  
5 MIN Artikel
Vakinformatie

Digitale toekomst van chronische longzorg

Digitalisering in de chronische longzorg is in een stroomversnelling gekomen door de COVID-19-crisis. E-health wordt steeds vaker ingezet om de gezondheidszorg kwalitatief te verbeteren en bovendien betaalbaar en toegankelijk te houden voor iedereen. Er is enorme druk op de zorg door de vergijzing en het mede daardoor toenemend aantal chronisch zieken. Een vraag en antwoord met dr. Esther Metting, assistant professor E-health in Groningen.

Esther Metting s

dr. E.I. (Esther) Metting
assistant professor E-health,
UMCG & RUG, Groningen

Welke voordelen biedt e-health om de zorg te optimaliseren?

‘Ten eerste kun je de patiënt laagdrempelig naar veilige informatie leiden. Tijdens een consult is er vaak slechts tien minuten beschikbaar en in die tijd kun je weinig zaken uitleggen. Bovendien zijn veel patiënten zenuwachtig tijdens het consult. Als je de diagnose uitlegt of iets vertelt over de ernst van COPD of medicatiegebruik, dan blijft van die informatie maar een deel hangen. Veel mensen zullen herkennen dat op het moment dat ze na een doktersbezoek thuiskomen, denken: wat was er ook alweer gezegd? Via technologie kun je ervoor zorgen dat de patiënt thuis laagdrempelig en betrouwbare informatie kan vinden over zijn of haar aandoening en over de voorgeschreven medicatie. Die informatie kan de patiënt bovendien regelmatig opzoeken. Dat is belangrijk. Een ander voordeel van e-health is dat je patiënten door middel van patiëntenportalen kunt informeren over bijvoorbeeld uitslagen van onderzoeken. Er zijn steeds meer ziekenhuizen en zorgorganisaties die daarbij uitleg geven, bijvoorbeeld over wat een bepaalde meetwaarde betekent. Op die manier kunnen patiënten, als ze dat willen, het eigen ziektebeloop bijhouden en daardoor deelgenoot van de behandeling worden.

Ook kun je door e-health de zorg beter personaliseren, dus bekijken hoe het beloop van de klachten is. Als de patiënt bij de arts komt, dan is dat immers een momentopname. De klachten kunnen echter fluctueren, zeker bij COPD. Op het moment dat je patiënten in staat stelt om hun klachten te monitoren, bijvoorbeeld door middel van vragen- lijsten, een minispirometer of saturatie-meter, dan kun je echt zien of er een bepaald patroon in de klachten zit. Ook kun je tijdig ingrijpen als de klachten van de patiënt ineens toenemen, waarmee mogelijk exacerbaties voorkomen kunnen worden. Dat is momenteel heel lastig.’

Hoe kun je COPD-patiënten helpen bij hun zoektocht naar betrouwbare informatie?

‘In onze kwalitatieve onderzoeken zagen we dat een deel van de patiënten niet eens weten welke diagnose ze hebben. Dat is echter wel het begin van zelfmanagement. Dan moet je weten wat je hebt, hoe je klachten kunt voorkomen, waarom je bepaalde pufjes nodig hebt en wat het effect daarvan is. Thuisarts.nl is een heel goede website en het Longfonds heeft allerlei filmpjes met uitleg. Het kan enorm helpen om daarop te wijzen.

In de focusgroepen was het opvallend dat als mensen naar informatie zochten, ze alleen astma of COPD gingen googelen, maar dan krijg je soms vreemde informatie. Je wilt als patiënt betrouwbare informatie die is afgestemd op de fase waar je op dat moment in zit.’

Waar valt de meeste gezondheidswinst te behalen met e-health in het transmurale zorgpad?

‘De e-healthcomponent betreft vooral de uitwisseling van data tussen zorgverleners. Je zou je kunnen voorstellen dat de patiënt wat meer betrokken wordt, waarbij hij/zij meer informatie krijgt over het hele proces en het advies van de longarts. De patiënt is dan beter geïnformeerd.

Een interessant project is “COPD InBeeld”, waarbij patiënten die thuis zijn en een verhoogd risico op een longaanval hebben vanuit een centraal expertisecentrum ondersteund worden. Op die manier kun je voorkomen dat op het moment dat de patiënt benauwd of angstig is hij of zij uiteindelijk naar het ziekenhuis moet.

Een ander voorbeeld is het inzetten van e-health tussen de eerste lijn en de specialist, zoals bij de astma/COPD-dienst in Groningen waarbij patiënten voor diagnostiek worden verwezen naar een eerstelijnscentrum voor spirometrie en anamnese. De data van het diagnostisch onderzoek gaat digitaal naar een longarts in het ziekenhuis. Deze beoordeelt dan de patiënt op basis van de data zonder de patiënt te zien. De huisarts ontvangt een diagnose en een behandeladvies. Op deze manier zijn in deze regio al meer dan 20.000 patiënten beoordeeld. Zo blijft de patiënt in de eerste lijn, vindt goede diagnostiek dicht bij huis plaats en krijgt de huisarts advies van de specialist.’

Hoe gaat de chronische longzorg er in de toekomst uitzien?

‘Momenteel is de zorg erg gefragmenteerd. Dankzij e-health zal de samenwerking met andere zorgverleners verbeteren. Als de patiënt op een gegeven moment een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) krijgt, dan kan hij/zij aangeven dat de informatie van de longarts ook beschikbaar moet zijn voor de cardio-loog en huisarts. Dus dan kan de patiënt de informatie delen. Een uitdaging voor e-health is de operationalisatie en uitwisseling tussen verschillende zorginstellingen. Ik kan me voorstellen dat er meer samenhang komt, waarbij de patiënt kortdurend naar de longarts kan gaan, en vervolgens laagdrempelig teruggaat naar de eerste lijn.’

Lage digitale vaardigheden

Uit onderzoek blijkt dat zo’n twee miljoen Nederlanders niet digitaal vaardig zijn, dus een enorm grote groep. Dat betreft ook jongere mensen. 11% van de mensen onder de 65 jaar is niet digitaal vaardig. Dat betekent dat ze wel een smartphone kunnen hebben en ermee kunnen bellen, maar niet in staat zijn om een app te downloaden of informatie in te vullen op een website, laat staan gebruik te maken van alle e-healthtoepassingen die tegenwoordig worden aangeboden. Dat is een belangrijk probleem, omdat die steeds meer gebruikt worden.

Ligt het feit dat veel mensen moeite hebben met digitale zaken aan henzelf of zijn de applicaties nog niet zo toegankelijk?

Esther Metting: ‘Beide. Er zijn patiënten die moeite met digitale zaken hebben, bang zijn dat ze dingen fout doen of niet precies weten welke apparatuur ze waarvoor nodig hebben. Bij zorgverleners is het een probleem dat ze moeilijk kunnen inschatten wat iemand aankan. Er zijn ouderen die digitaal enorm vaardig zijn, terwijl sommige jongeren niet met technologie overweg kunnen. We hebben gevonden dat ouderen best positief staan ten opzichte van de nieuwe digitale ontwikkelingen, maar niet zo goed weten waar ze moeten beginnen. Bovendien hebben veel ouderen een wat oudere telefoon, die ze bijvoorbeeld van hun kinderen hebben gekregen. Daar werken echter niet alle applicaties op. Dat is een praktisch probleem waar wij in onze studies ook regelmatig tegenaan liepen. Een makkelijke oplossing is bijvoorbeeld om een vriend of iemand van de familie die digitaal vaardiger is mee te nemen op het moment dat je technologie inzet, zodat je de uitleg aan beiden kunt geven. Daarnaast zijn er in Nederland bij de bibliotheken digitale steunpunten. Niet iedereen weet dat die bestaan.’ 

PM-2022-10945

Cookie instellingen

Om deze website optimaal te laten functioneren slaan wij informatie op in de vorm van cookies. Deze informatie kan over jou, jouw voorkeuren of jouw apparaat zijn en wordt voornamelijk gebruikt om de website correct te laten werken.

Lees meer over ons cookiebeleid


Toegang bevestigen

Om toegang te krijgen tot deze Artikel moeten wij weten of u een beroepsbeoefenaar bent. Bevestig dit met uw registratienummer.

Uw registratienummer bestaat uit 9, 10 of 11 cijfers

Op basis van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame mag Chiesi bepaalde informatie alleen delen met beroepsbeoefenaren. Wij controleren dit a.h.v. uw BIG-registratie.


Pagina beoordelen

Wij zijn benieuwd naar uw mening en ervaring. Om die reden vragen wij u om een beoordeling achter te laten.

Bedankt